Vier dagen dompelen we ons onder in Hanoi, een
dag langer dan gepland omdat de trein naar Ho Chi Minh City op maandagavond al
volgeboekt is.
We slapen in het Liberty Hotel in de Pho Hang
Non.
Het is er deze dagen frisjes, we hebben steeds
onze fleeces aan en de eerste dag onze dunne regenjasjes omdat het dan miezert.
Wij vinden het fris, maar verder prima, al gaan we vooral de laatste dagen
liever ergens binnen koffie drinken en eten. De Vietnamezen hebben het
verschrikkelijk koud: oorwarmers, dassen en petten. En dan bibberen ze nog.
Voor de klandizie van de vele straattentjes zal het best uitmaken. Het schijnt
een uitzonderlijke koudegolf te zijn.
Koud:
jassen aan en mutsen op
Zaterdag
8 februari
Regeldingen zijn goed om tegelijk de stad te
verkennen. Het postkantoor heeft hoge prioriteit om pakjes uit Laos naar Perth
te sturen die zo mogelijk voor Luka’s verjaardag aan moeten komen. Het
postkantoor is vlak bij het centrale Hoan Kiem meer in het midden van de oude
stad. We herkennen wat van zeven jaar geleden, maar kunnen toch niet alles
thuis brengen. Wel het mooie en dure koffiehuis aan het meer waar we
herinneringen ophalend neerstrijken. De blog van 7 jaar geleden wordt erbij
gehaald.
De volgende actie is het kopen van een
treinkaartje naar Ho Chi Minh City (HCMC). Deze keer gaan we in één keer, 29 en
een half uur (door vertraging nog 2 uur langer) en stappen niet onderweg voor
een paar dagen uit. We willen dit keer in de Mekong-delta twee keer ergens drie
nachten blijven en ook in Cambodja de nodige tijd doorbrengen.
Een flinke wandeling naar het station,
bekijken een tempel waar we langs komen en we zien weer de nauwe passage waar
de trein doorheen rijdt: bijna door de huiskamers van de woningen in Hanoi. Nog
net zo als 7 jaar geleden.
En weer zijn we verbaasd over hoe de
elektriciteitsdraden hier overal loshangen
Zomaar een tempel in een straat waar we langs komen, op weg naar het station
…… en een pagode
Electriciteitsdraden
Het duurt even voor we het echte station
gevonden hebben. Eerst komen we in een soort binnenlands of goederenstation;
wel leuk en oud, maar het klopt niet. Dan krijgen we diverse instructies die
dezelfde kant op wijzen en vinden we het station. Kopen kaartjes voor dinsdag-
i.p.v. maandagnacht om van een soft sleeper plaats verzekerd te zijn.
Vlakbij het station lunchen we en de rest van
de middag zigzaggen we in de wijk bij het Station Ga Ha Noi en vervolgens ook
in de wijk van ons hotel. Het valt weer op dat een straatje, steeg steeds
gewijd is aan een product en dat winkel naast winkel. Zulke kleine straatjes heten “Hang”. We lopen
door de hang van de matten en het touw (nu
wordt er ook veel plakband verkocht), de hang van de meubels, van het
kinderspeelgoed, van de zijde en zijden jurken, van de werkkleding, van het
gereedschap, de hang van de bromfietszadels (winkeltjes met stapels
schuimplastic, winkeltjes met grote hoeveelheden bekleding en winkeltjes waar
die twee in elkaar worden gezet), hang van de handdoeken, hang van de kruiden.
Hang van de meubels
Hang van het speelgoed: een serie teddyberenwinkels
Winkel met allerlei verpakte etenswaren
Daar vinden we ook twee eetstraatjes waar we
net als iedereen buiten op kleine krukjes zittend noodle soep en een rijst
gerecht eten.
Eten
op het trottoir tussen de bromfietsen
Zondag
9 februari
Kees wil graag nog een keer naar het Army Museum.
Dit museum laat niet alleen zien hoe Vietnam eerst tegen de Fransen vochten
vanaf 1945 toen de Japan Vietnam had verlaten en vervolgens waarom na 1954 na
de Genève conferentie de afspraak niet werd nagekomen om door geheel Vietnam
verkiezingen te houden; deze werden door de Zuid Vietnamese regering afgeblazen
op aanraden van de Fransen en de VS. In die tijd was zowel in noord als in zuid
Ho Chi Minh al heel populair.
In zes grote gebouwen begint de geschiedenis
rond negen honderd en wordt er een overzicht gegeven hoe men zich steeds heeft
bevrijd van vreemde overheersing, verschillen Chinese empire’ s, ook van de
Mongolen in 1350. Een paar maal zijn er gevechten geweest tussen het koninkrijk
van Laos en Vietnam enz. Steeds lees je hoe men zich van vreemde overheersing
weet te ontworstelen.
Ngo Quyen bijvoorbeeld (897 – 944) heeft
Vietnam van het Tan Koninkrijk van China bevrijd. Hij maakt in 938 Hanoi tot
hoofdstad van Nam-Viet (zo werd het toen genoemd) en verklaart zichzelf tot
koning.
Een leuk schilderij waar je ziet hoe ze onder
een hoek van ca. 45 graden palen met scherpen metalen punten in de rivier
plaats om de Chinese oorlogsschepen de toegang naar Hanoi te blokkeren. De
schepen varen lek op deze palen.
Bij al dit soort acties komen helden te
voorschijn die in de Vietnamese voorouder verering worden geëerd. Voor deze
helden staan allerlei Pagodes, gaan mensen nu bidden om de medewerking van hen
en brengen ze bloemen, voedsel en geld.
Deze voorouder verering is gemengd met
Boeddhisme, Confucius en Taoïsme verzekeren ze ons. Dit krijgen wij nu veel
duidelijker op ons netvlies dan 7 jaar geleden.
We zien nu ook beter dat vaak een van de
generaals in het huisaltaar staat. Zeven jaar geleden dachten we dat het
allemaal Boeddha’s waren. Vaak ook net als in verschillende tempels beide of
soms met drieën naast elkaar.
Verder zie blog van zeven jaar geleden
(http://geerenkees.blogspot.com), nog steeds verbaasd over het aantal vliegtuigen dat naar
beneden is gehaald of op andere wijzen zijn vernietigd.
Geer neemt een Vietnamese massage in een door
de Lonely Planet aangeraden hotel. Een lekker eindje lopen, ten Zuiden van het
meer en dan een heerlijk ontspannen uur in het oud-koloniale Hoa Binh hotel.
We ontmoeten elkaar tussen de middag in het
koffiehuis aan het meer, lunchen in een straatje achter het meer en gaan ’s
middags naar het Fine Arts museum, vlakbij waar Kees ’s morgens was. Het museum
geeft de geschiedenis van de kunst weer, te beginnen voor Christus met klei en
stenen voorwerpen. Heel veel houtsnijwerk en Boeddha’s, ook de Boeddha’s met de
vele armen, duidelijk weer die vermenging met het Hindoeïsme veel uit de 18e
en 19e eeuw. En veel lakwerk. In de bijschriften staat dat typische
voor Vietnam is dat ze bruine kleuren gebruiken. En dat klopt, naar ons idee
zijn veel schilderijen aan de donkere kant.
Er is een afdeling schilderwerk op zijde en
tekeningen, minder mooi dan we ons op hadden ingesteld.
Liggende Boeddha
Boeddha met de vele armen
Boeddha met de vele armen uitvergroot
Een Prinses van het oude Vietnam
Prachtig houtsnijwerk; het doet ons heel sterk aan een cadeau uit Malawi denken
Lakwerkschilderij
Van het museum lopen we aan het eind van de
middag terug en zo zien we weer een ander stukje Hanoi. Met weer heel veel
bromfietsen. Het waren er 7 jaar geleden ook veel, maar nu nog veel meer. Je
kunt niet gewoon op de stoep lopen, overal staan bromfietsen geparkeerd, naast
alle stalletjes die ook een del van het trottoir in beslag nemen.
Maandag
10 februari
Zowel ’s morgens als ’s middags wandelen we op
de bonnefooi door de stad. ’s Morgens gaan we richting rivier in het oosten van
de Oude Stad, dat lijkt ons leuk. Je kunt moeilijk bij de rivier komen. We
komen terecht in donkere straatjes, net geen shanty towns, maar veel armer dan
we tot nu toe gezien hebben. Bij de rivier kun je bijna nergens komen. We
voelen ons er niet echt prettig en we proberen zo gauw mogelijk uit de rimboe
van straatjes weg te komen. Dat lukt en we krijgen ook nog een zicht op de
rivier.
We
raken verzeild in de kleinste
straatjes, haast zonder licht, langs de rivier
We draaien om en lopen weer naar het Hoan Kiem
meer, waar we ergens in een restaurant op de 5e verdieping een mooi
uitzicht hebben.
Uitzicht
op het Hoan Kiem meer
We blijven er een paar uur. En dan wandelen we
weer verder. Hieronder een serie foto’s van vrouwen (en ook mannen) die op zo
typische Vietnam-wijze groente verkopen: Dragen van twee manden op de schouder
en per volgeladen fiets:
Pompoenenverkoop
Fruit, zie de stok waarmee de fiets overeind wordt gehouden
Geer Koopt Lychees
Verkoop van bloemen
Jack Fruit; je ziet de weegschaal op een van de manden liggen
Groenteverkoop
Ook opvallend is dat je overal, ja werkelijk
overal cafeetjes hebt met kleine krukjes voor de deur waar iedereen thee,
koffie of bier zit te drinken. Op elk uur van de dag.
Roken op straat
Tijdens de wandeling komen we langs de oudste
tempel van de stad, de Bach Ma tempel. Hij is gebouwd door koning Ly Thai To om
een wit paard te eren dat hem naar deze plaats heeft geleid om de stadsmuren te
bouwen. Binnen in de pagode is – op de plaats waar we Boeddha’s gewend zijn –
het legendarische paard. Er is ook een prachtig begrafenis baldakijn van
lakwerk. Heel veel mensen staan er te bidden en laten bij het paard en alle
andere plaatsen waar beelden staan, waaronder een aantal Boeddha beelden en beelden
van Vietnamese helden. De mensen laten er geld, stokjes wierook of iets anders
achter. Je kunt hier net als in de andere tempels een kopje thee drinken als je
wilt, dat staat er gewoon. Geen toegangsgeld, het lijkt allemaal heel
natuurlijk. Het Vietnamese nieuwjaar is evenals het Chinese nieuwjaar net
achter de rug en mede daarom is het zo druk bij de tempels horen we later: je
herdenkt je voorouders in het begin van het jaar en eigenlijk ook bij iedere
volle maan.
Bij de Bach Ma Tempel
Het beroemde paard tussen de offerandes
Van alles wordt geofferd, tot en met blikjes Hanoi bier
Ook 3 Boeddha’s die in de tempel aanbeden worden
De mooie Japanse kers boompjes
Later komen we een kleine tempel tegen, die in
het kader van de voorouderverering belangrijk is:
We drinken een biertje bij de Oostpoort
En door het donker wandelen we naar onze wijk
terug om in een plaatselijk café-restaurant in de oude wijk te dineren. Het is
een plaats waar zo te zien veel mensen afspraken maken elkaar te zien.
Als we in ons hotel terug zijn en nog een
kopje thee drinken, toetert de stad nog in onze oren na.
Dinsdag
11 februari
Alweer onze vierde dag in Hanoi, tevens de
laatste.
Voor een groot deel brengen we die door in het
Etnologisch museum, een half uurtje met een taxi.
Het is een fantastisch goed opgezet museum
waar alle etnische groepen (54 in totaal) en 5 taalgebieden overzichtelijk
getoond worden, vergezeld van filmpjes. We onthouden natuurlijk niet al die
groepen. Wat we wel onthouden is dat er veel bergvolken in het noorden zijn.
Veel ervan zagen we al in Laos en Thailand. De Hmong en de Cham blijven ons het
beste bij, die waren we ook reeds in Chiang Mai tegen gekomen.
Uit de laatste volkstelling in 2009 blijken de
Viets verre weg de grootste te zijn 54 mln van de totaal 84 mln die in 2009
werden geteld. De kleinste bleef Kees ook nog bij, een ondergroep binnen de
Cham waren dat: 359 mensen. De Viet heb je over geheel Vietnam, de 53 andere
groepen vooral in de bergen in het noorden en in de bergen op de grens met
Laos.
Op
de kaart zie je in het Noorden heel veel verschillende groepen, o.a. de Cham,
Nam Dao
(roze rode kleuren) en de Tay /Tha (geel)i. Linksboven donkerpaars
de
Tibetaans-Birmese groepen. Groen zijn
de Viet
In het museum zien we allerlei zaken van het
dagelijks leven van de verschillende volken, veel van de verschillende
klederdrachten en heel veel over rituelen.
Iedere groep heeft zijn eigen rituelen. Steeds
rond in het dorp belangrijke zaken als oogst, begrafenis, voorouderverering.
Rituele paal - de universele boom genoemd - bij het Co-volk; gebruikt bij
Thanksgiving als verbindingsteken tussen de geest van de wereld en de mensen
verbindt. Op die dag wordt een stier aan de paal gebonden.
Detail
van de universele boom
Hieronder een begrafenisritueel van de Muong
(=Hmong?)
In het huis staat de baar van de overledene
De hoofddracht van een van de vrouwen
De baar wordt gedragen
Over
de baar komt een soort huisje. Van onder dat huisje laat met de baar in het
graf zakken
En heel veel andere dingen. Enkele publiceren we.
Waterpop bij de Ong Dja
Vervoer bij de Viet-people
Watermolen van de Thai; we hebben hem tijdens
de fietstocht gezien, maar toen niet kunnen fotograferen
Dao (hoort bij de Hmong) kleding
Nog
een onderdeel van een Hmong volk
Bij het museum is een restaurant dat een
praktijkplaats voor een hotel- of toeristische school is en dat ons op voortreffelijke
wijze bedient met prima eten.
Buiten het gebouw is er nog een openluchtdeel
waar vooral de verschillende bouwstijlen van de bevolkingsroepen worden getoond
dat ook de moeite waard is.
“Long House” van Ede volk; matrilineair. Lijkt op wat we op
Sumatra zagen en dat klopt ook wat afstamming betreft: de Austronesians
Typische
kolommen in Eden huis met mooie sculptuur waar je de welstand
van de bewoners
van af kunt lezen.
Om drie uur zitten we vol en laten ons
terugbrengen naar vlak bij het hoofdpostkantoor om kaarten te posten.
En ja, dan wandelen we weer door de straten
van de oude stad, we krijgen er niet genoeg van.
Hanoi is een heerlijke stad, erg levendig, we
dompelen ons er graag in onder. Misschien omdat het zo totaal anders is dan bij
ons. De straten zijn smal, ook de grote; helemaal niet berekend op zoveel
brommers en auto’s die er zich doorheen wurmen. Levensgevaarlijk om over te
steken denk je eerst, maar als je even weet hoe het moet is het geen punt. We
wurmen ons uren door de stad heen in de vier dagen dat we er zijn. Iedereen
handelt en zit thee of koffie te drinken en te kletsen zo. Op heel kleine
stoeltjes of krukjes. En haast niemand spreekt meer dan twee woorden Engels;
lastig maar dan weet je ook dat je in het buitenland bent. Geen opgewonden
standjes of dikdoenerij met dure auto’s.
Nogmaals, een heerlijke stad.
We eten nog lekker voordat we naar ons hotel
terug gaan om nog een paar dingen om te pakken en dan gaan we om kwart voor
tien naar het station met een grote etenstas naast onze rugzakken.






















































Geen opmerkingen:
Een reactie posten